Hout halen

Ik had waarschijnlijk niet moeten proberen over dat smerige stukje te rijden waar achteraf gezien het water wegliep dat uit een overloopbuisje van een verderop staande drinkbak voor de koeien bleek te zijn. Ik wilde hals over kop weg omdat ik het warm had, ik was moe, ik had het zweet in mijn ogen en mijn bril was beslagen door zweet en aangekoekt met zaagstof.

Ik had snel m’n stihl kettingzaag op de lading hout gegooid en was in de auto gesprongen en gaan rijden. Het leek op het eerste gezicht de makkelijkste weg uit het ravijn en ik had een recordlading hout opgestapeld in de laadbak van de rode tweetons afvaltruck, La Roja noemen we haar. Het voelde goed, mooie lading, lekker snel en nu  naar huis.

Niet snel genoeg. Niet snel genoeg om door die modderzooi te komen, veroorzaakt door het water dat vanuit de windmolen via de drinkrog voor de koeien ongeveer 7 meter verderop over mijn pad liep. Ik had het moeiten weten, ik had het me moeten realiseren, maar dat deed ik niet.

Zoals ik al zei, ik had zweet in mijn ogen, ik had het warm en ik stierf van de dorst.

“Dat is verdomme nog geen excuus man!”schold ik nog tegen mezelf terwijl ik nog probeerde de truck uit de shit te krijgen.

“Niets houdt La Roja tegen!” riep ik nog tegen niemand in het bijzonder. Ik was maar alleen gegaan omdat Lupe, mijn Mexicaanse assistent nog steeds bij zijn kleinkinderen in Scottsbluff op visite was. Tenminste, daar ging ik vanuit, want was nog steeds niet terug.. De truck spinde een paar centimeter vooruit en dan weer achteruit en dan weer vooruit, hiermee zichzelf zachtjes ingravend met die volle vracht, ongeveer een record qua gewicht op La Roja. Nog net niet tot aan de assen. De modder dan, niet de vracht. De lading was zo hoog als de cabine tot aan de zijschotten afgetast, Prima hout, eerste klas, goed voor veel hitte.

Ik ben uitgestapt, ik heb de wielen eens goed bekeken die diep in de vieze smurrie begraven zaten en probeerde schors en stokken onder de dubbele wielen te frunniken. Ha, dikke kans of geen kans, het was om het even. Maar ik had geen schijn van kans. Het eerste teken had de lisdodde moeten zijn en groen sappig gras als alles in de omtrek van 500 miles zonverbrand bruin is rond deze tijd van het jaar. Ik had het moeten weten, ik had dezelfde weg eruit moeten nemen als die ik gebruikt had om erin te komen. De weg die ik genomen had om erin te rijden was vaste grond.

Ik ben zo terug, dacht ik nog, ik kan de zaag beter in La Roja achterlaten. Ik liet de zaag achter en begon te lopen, dwars door het land. Het werd een wandeling van een kilometer of acht Dat was dan de derde keer dat ik terug moest lopen vanaf die plek. Er lag daar een grote lading essenhout en daar pakten we al twee jaar van.

De derde keer. Wat was er de eerste keer gebeurd? De startmotor was doorgebrand van Dorf, een gebutste grijze maniegeverfde, rammelende schroothoop van een pick up truck. De tweede keer bleef Dorf in de sneeuw steken en deze keer?....geen excuus!

Ik wilde eerst nog tegen de motorkap van de truck, licht voorovergebogen gaan staan wachten op een voorbijganger en deze vriendelijk vragen of hij me een enorme schop onder mijn kont wilde verkopen, maar dan kon ik lang wachten waarschijnlijk. Ik kon maar beter gaan lopen. Ik pakte mijn sigaretten en ging op weg, richting het oosten.

Op naar het oosten, Maki Zita de slapende vulkaan waarvan ze vertelden dat de ouden hem nog hebben zien werken, leek dichterbij dan hij in werkelijkheid was tussen de glooiingen van het landschap. De vulkaan lijkt vanaf daar net zo groot als van uit mijn achterdeur, waarvan ik wist dat hij 8 kilometer dichterbij was. Niets is zoals het lijkt….illusoir zou je kunnen zeggen….net als het land.

Het land strekt zich hier uit vol riviertjes, ravijnen, scheuren die je niet kunt zien totdat je er bovenop zit. Hetzelfde gebeurde met Generaal Custer toen hij met zijn troepen op de rand van de richel galoppeerde en ineens zag hij al die indianen. Oooohhps.

Het maakt de wandeling ook wat langer. Je moet in die ravijnen afdalen en dan weer de helling op om op de rand te komen na een flinke klauterpartij om dan te ontdekken dat je nog niet veel verder bent gekomen dan toen je aan de afdaling begon aan de andere kant. Illusoir

Ze moeten komen om me eruit te trekken. We zouden die avond een zweethut ceremonie hebben met mensen uit Colorado die wilden dat de indianen knoflook zouden planten en ze wilden meedoen met een zweethut ceremonie. Wij zouden die zweethut verzorgen en ik had al het hout. Buiten dat, omdat ik de vuurman was, moesten ze me er wel uittrekken.

Toen ik net op de grote weg kwam, kwam Ernest, gewoonlijk aangeduid door de jongens als oude man, aanrijden en hij gaf me de laatste twee mijlen een lift. Junior, Ernests kleinzoon klauterde achterin  en liet mij voorin zitten Toen ik de oude vertelde dat ik net la Roja had ingegraven tot aan zijn assen met een volle lading hout riep hij luid: “Zooooo!!!”

Ze gingen richting de stad, maar eerst bracht hij me naar Beatrice’s oude huis, net aan de andere kant van de heuvel waar op dat moment ongeveer een man of zes de mensen uit Colorado begroetten. Die mensen wilden echt dat de indianen knoflook gingen verbouwen.

Tom, zijn vrouw Lorettea, haar moeder Beatrice, buurman Sandy Duane en Clayton van Porquipine, die drie gasten uit Colorado en Ernest, junoior en dan ik nog. Ze hadden soep, koffie, fry bread, rode kool en pruimen bij zich.

“Dat is een heel traject.” dacht ik nadat ik had geluisterd naar hun plan om het zelfmoordcijfer onder teenagers terug te dringen op het Pine Ridge reservaat door knoflook te gaan planten. Maar de verbindingen waren er, samen met de logica, al was het alleen maar in de hoofden van de bedenkers. Zorg voor wat extra inkomen van de families door knoflook te planten samen met de groente tuinen die we al hadden, dat zou het volk wat meer hoop geven. Je kon de verbinding bijna zien. Het was uitvoerbaar en minimaal de moeite waard om te proberen.

“Start een educatief project en haal die kinderen daarheen, en….ja, zelfmoordcijfers zullen dalen, toch?...”

Wel, ik weet het niet, dat heb ik ze ook verteld. Misschien zou het van invloed zijn op een paar tiospayes (extended families), of gezinnen en dan zou het zich vanuit daar misschien kunnen verspreiden, als de families eenmaal zien dat je een gewas hebt dat geld oplevert…. maar ik zag nog niet helemaal de substantiële invloed daarvan op het zelfmoordcijfer onder teenagers wat erg hoog is op het reservaat.

Dat heb ik ze verteld. Natuurlijk heb ik er een hekel aan om iemand die hier komt met een idee over wat een indiaan zou moeten doen om hun leven te verbeteren, te ontmoedigen. Je wil hun enthousiasme niet frustreren, noch wil je wat ze aan financiële bronnen hebben of wat ze te bieden hebben teniet doen of bij voorbaat al afslaan. We hebben onze trots, maar tot zover…

 

“Het is mogelijk dat je een kleine invloed kunt uitoefenen.” vertelde ik ze later toen ze hier bij het huis waren tussen een paar spelletjes schaak, een goede pot koffie en wat goeie wiet die ze hadden meegebracht uit Colorado, “maar ik twijfel eraan of je in staat zal zijn om een grote impact te hebben.”

We zien het wel. Uiteindelijk hebben ze een link gelegd met de jongens in Porquipine Daar zijn honderd en vijftig mensen die met tuinnieren bezig zijn. Zij gaan het op z’n minst proberen.

Terug naar het verhaal. Ton gaf La Roja een trekje uit de drek, we stookten het vuur op rond zonsondergang en gingen de zweethut in met die gasten.- Archie, de schaker, Dave, een advocaat die hier gedurende de opstand in 1973 in Wounded Knee was en Rusty, Archies vrouw. Ze wilden iets positiefs doen Ze zeiden dat ze de zweethut echt konden waarderen.

De oude man heeft ons gespaard, zei Tom later bij het huis terwijl hij gedachteloos al zijn zakken afging en verstrooid overal rondkeek op zoek naar zijn Marlborro’s

“Hij heeft ons gespaard!?” riep Dave, “je bedoelt dat hij ons rustig heeft behandeld?”

“Ja, heet vuur, essenhout!” La Roja stond achter de stapel hout, thuis, uit te rusten, zwarte shit zat nog aan haar banden geplakt..