Je hoort de stilte

 

Een vriendin uit New York zei op een keer, toen ze terug kwam uit de grote stad, dat je hier de stilte kan horen. En dat is waar, je kan de wolken horen en ’s nachts hoor je de sterren.

Zo’n uitspraak kan je verwachten van iemand die in Manhattan werkt, maar zelfs mensen uit de wereld van de eeuwige bedrijvigheid van het dorp Pine Ridge die hier op visite komen, merken wel eens op hoe stil het hier is.

“Man, wat is het hier stil,” zeggen ze dan terwijl ze op de veranda staan en naar het oosten staren naar Maki Zita.

Elke avond, zo rond zonsondergang, beginnen de coyotes ten oosten van hier vlakbij de rivier opgewonden te raken en dan beginnen ze herrie te schoppen. Eerst een couplet, nee het is geen lied, het is een koorzang, het is een kakofonie van blaffen en janken, huilen en kreten, dat opbouwt tot een symfonische chaos en dan weer zachter wordt en langzaam veranderd in een paar afgelegen en ver weg klinkende lange jankende uithalen. Iedereen rond het vuur luistert dan alleen maar. Niemand zegt wat. Soms, als de coyotes heel dichtbij zijn, en ik bedoel dan echt heel dichtbij, dan krijg je er kippenvel van …je krijgt er de kriebels van en elke indiaan kruipt dan dichter bij het vuur.

Vanaf hier kan je iemand zeker van kilometers ver op Slim Buttes road horen rijden, van grote afstand hoor je ze aankomen en daarna hoor je ze weer in de verte verdwijnen. “Er komt iemand aan!” zal dan iemand rond het vuur zeggen terwijl hij opkijkt. Het is zo stil dat je zelfs kan horen als iemand zijn huis verlaat.

Je hoort hier de wind die de boodschappen aan draagt. Als alles dan rustig wordt en stil, openen er andere communicatie kanalen en kunnen verfijnde impressies doorkomen die andere manieren van communicatiemogelijkheden gebruiken die zo gevoelig zijn dat ze overstemd worden door alle lawaai. Luister maar eens goed naar de wind! Onze vriend uit Kentucky, een huurmoordenaar die ervoor zou zorgen dat de muizen uit onze kassen zouden verdwijnen, stond eens buiten in de duisternis van middernacht op het reservaat. “Man, het is hier wel echt stil!” Zei hij, terwijl hij voor het eerst in zijn leven de nachtelijk duister in staarde naar de aurora borealis.

Je hoort de vogels zingen. Vinken, weidespreeuw, roodborstjes, sparrow en fazanten. Je kan ze horen vliegen. Je kan de adelaar horen, rond cirkelend hoog in de lucht, , je kan de nachtelijke vogels horen, Grappige, onidentificeerbare geluiden, Nachthavik, uilen en spotvogels zeggen ze.

We kunnen de ouderen horen aankomen als ze hier moeten zijn voor de ceremonies. Je hoort ze al op tien minuten afstand. We hoeven niet meer te bellen, ze zijn onderweg. Ze zeggen dat ons gehoor minder wordt als we ouder worden, maar het lijkt erop dat als mensen van buitenaf hier komen, dan lijkt het alsof zij echt maar dan ook echt heel hard praten, als met een toneelstem die probeert ook de oren op de laatste rij te bereiken.

De mensen van hier zijn niet zo luidruchtig. Zeker niet de ouderen. Zij spreken fluisterend en je moet echt goed opletten wil je ze horen.

Het is zo stil dat je het lage zoemen kan horen van de aarde die ronddraait, zich afstemmend op de wisselwerking van de eclectische symbiose met ons eigen  sterrenstelsel en met de kosmos. Je kan zelfs horen wat iemand aan het denken is die heel ver weg is. Je kan hem jouw nummer horen toetsen op de telefoon en af en toe groet je hem bij zijn naam als je de telefoon opneemt. Af en toe ook niet.

Maar dat kan je doen waar je ook bent. ”Hé, ik wist dat jij het was!” Zeg je dan als je de telefoon opneemt. Yeah, maar dat kan iedereen Dat kan overal gebeuren en het heeft niets te maken met stilte. Waarschijnlijk heeft dat meer met intuïtie te maken.

En dat stukje over dat je de aarde kan horen draaien? Ach, dat is bullshit. Het zag er goed uit toen ik het opschreef, maar het is niet helemaal waar. Je kan de aarde niet horen draaien. Je kan het voelen!