De verandering van Betsy
Hoe de Caddilac van Dave Glover verandert in een echte rezmobiel.
Betsy stond al meer dan twee jaar in de garage in Lincoln Nabraska te wachten op de dingen die komen gaan. Al de auto’s van pa die heette Betsy.
Dit was een 1986 Bing Cherry Fleedwood Cadillac in uitstekende staat van onderhoud., het soort waar je tachtig jarigen heel langzaam in ziet rondrijden.
Pa reed erin tot hij vol in de flank geramd werd door een Aziatisch dame op een kruising in Lincoln nadat hij door het stoplicht was gereden. Hij bleef er later bij hoog en laag volhouden dat het licht groen geweest was. Op een goede dag niet lang daarna zei hij ineens out off the blue tegen mij: “ik geloof dat mijn chauffeursdagen bijna voorbij zijn.”
Bijna, want nadat hij Betsy had laten repareren, bleef hij in de stad rondrijden met mijn moedera als er boodschappen gedaan moeten worden en als hij haar mee uit eten nam. En op een dag hield hij opeens op met rijden. De wagen stond daar tot hij dood ging en toen stond hij daar nog twee jaar. Ma kon niet rijden, mijn zus zat ergens in Australië en wij hadden hem niet nodig omdat wij al twee rijdende auto’s hadden.
Hadden! Totdat de auto waarin we reden een rit teveel maakte het hoger gelegen traject op, een keer teveel naar in Colorado en daar bliezen we de motor op, de turbo ging naar zijn grootje op 3000 meter hoogte. We hebben het nog gehaald tot Denver, daar hebben we hem geparkeerd op een Park and Ride, en daar hebben we hem maar laten staan in de hoop dat iemand hem misschien wel zou stelen. Kort daarna ben ik naar Lincoln gegaan en ben ik teruggekeerd op het reservaat met Betsy. Het was niet de bedoeling haar te veranderen in een rezmobiel, (zoals vele rondrijden wrakken daar genoemd worden), het gebeurde gewoon.
Het eerste wat eraan ging waren de mooie glimmende wieldoppen met het spaken effect, je kent ze wel. De gumbo, zoals wij de grond hier noemen als het geregend heeft, werd door die spaken vastgehouden bij de wielen, hoopte zich op kleefde erin vast en bakte aan tot een koek die er niet eenvoudig vanaf te krijgen was en de auto begon daardoor te trillen. Het stuur trilde als een gek en werd pas rustig als je zo’n 140m/ph reed. De wielkappen moesten dus verdwijnen, het had geen nut om ze er weer op te zetten, ze liggen nu in de kofferbak.
Het volgende was een barst in de voorruit. Het gebeurde niet door opspattende stenen van een tegenligger of een voorganger op de backroad (weg tussendoor dwars door het prairie landschap van Pine Ridge) naar Chadron dwars door de Slim Buttes, (kleine heuveltjes) zoals je zou verwachten, maar door een opgeschrikte prairie hen die, ongelukkigerwijs voor ons beiden, zichzelf lanceerde over de highway net ten zuiden van Rapid City terwijl ik daar net op datzelfde moment passeerde met een gangetje van 70m/ph. Ik heb niet eens kunnen remmen, het gebeurde zo onverwacht! Ik denk dat ik gezegd heb, toen ik me realiseerde wat er gebeurd was terwijl ik in mijn achteruitkijkspiegel de restanten van de hen in een wolk van veren over de weg zag stuiteren: “ Sun of a bitch!”
Ik moest het maar nemen voor wat het was. Niet de vogel, die was zo dood als een pier en alleen nog voer voor coyotes, ik moest mijn vooruit maar voor lief nemen, zoals hij nu was: met een grote barst erin.
Nu kan je met een gebarsten ruit rondrijden op het reservaat. Geen probleem, daar wordt je niet voor aangehouden. Je wordt nergens voor aangehouden. Je kan rijden met kapotte achterlichten, zonder rijbewijs of met twee kapotte koplampen. De mensen zijn arm, dat weten de reservaatpolitie ook. Je kan daar met een rijdend brok wanhoop rondrijden waarmee je buiten het reservaat direct van de weg gehaald wordt.
Dus dat was een kapotte voorruit. Toen begaf op mysterieuze wijze het slotje van het handschoenenkastje het. Dus om te voorkomen dat het constant te pas en te onpas opensprong heb ik het maar dichtgeplakt met duck tape. (wat anders) Ik heb nog meer duck tape gebruikt op de armsteun, nadat een af ander klein kind zich met een scherp voorwerp had zitten uitleven op het leer.
Ongeveer tegelijkertijd ging het slot van de kofferbak kapot nadat de wagen was uitgeleend aan Tom Cook en Tom Ballanco (slechte combinatie die twee bij elkaar) voor een eendaagse rit naar Manderson. Buiten Tom was de enige andere persoon die met Betsy had gereden Milo Yellow Hair die ermee naar Dender is gereden omdat hij moest vliegen vanuit Denver International Airport.
Ik vertelde hem mijn gebruikelijk reactie toen hij het vroeg: Er zijn slechts twee mensen die met Betsy mogen rijden, ik en mijn vader en pa heeft niet meer met haar gereden sinds 1996. Maar Milo wilde niet de shuttle bus naar Denver nemen, een zes uur lange oervervelende rit in een bus vol klaplopers, en, zeker niet onbelangrijk, hij had honderd dollar. Nou vooruit dan maar had ik toen gezegd. Voor deze ene keer, maar rij ermee zoals mijn vader zou doen.
Dat zou hij doen. Toen Milo terugkwam vertelde hij dat er een trilling in de voorkant zat, maar die verdween bij 140 m/ph.
Dat is inmiddels drie paar stabilisatorstangen terug. “Slim Buttes road,” zei de monteur, terwijl hij zijn hoofd schudde en zijn lippen samenkneep in een dunne streep. “Dit wordt inmiddels het derde paar stabilisatorstangen die ik op deze wagen zet in twee jaar tijd.” vertelde ik hem.
“Slim Buttes road.” zei hij weer en schudde zijn hoofd.
Het sloeg nergens op dacht ik, totdat op een goede avond Tom Ballanco gierend van de lach aan de mensen die hier verzameld waren hoorde vertellen dat ze met Tom Cook achter het stuur gevlogen hadden met Betsy. Hoe? Met 70 m/ph over de Big Dip een 18 meter lange kloof ten zuiden van hier op Slim Buttes Road die een carterpan opensplijt of bodemplaat verziekt als je die probeert te nemen boven de 30m/ph
“Je had ons moeten zien!” zei Tom lachend. “ Whaaahooom!”
Ja, ik zag het zo levendig voor me. Ik kon het zo uittekenen.
Verder naast al deze ellende is er de elektrische antenne die kapot gegaan is, gelukkig in de bovenste stand, auto pilot en cruise controle werken al heel lang niet meer en de rugleuning van de bestuurders stoel blijft niet rechtovereind zonder dat er een plank achter staat die op zijn beurt weer op zijn plek gehouden wordt door een plastic zeep emmer. Dat zorgt ervoor dat de achterin zitten wat krapper wordt als er meer dan twee indianen achterin moeten zitten.
“Hey, riep Wes op een dag terwijl hij naar de caddy wees, “die auto begint verdacht veel op een rezmobiel te lijken!”
En zo is het. Die binnenste band van de dakbekleding? De wind sloeg er op een dag onder en vanaf dat moment puilt de stof aan alle kanten naar buiten als een ballon. Ik investeerde 1000 dollar in de achterschokbrekers om die te laten reviseren, maar de monteur vergat alle onderdelen terug te stoppen. Dat was in Washington State, net zoveel miles verderop als het aantal dollars die ik moest betalen voor de reparatie. Dus dat was niet zo’n geslaagde maar wel een dure actie, die Betsy niet echt ten goede kwam. Alle oude onderdelen waren in de achterbak gegooid. Ze gaven me wel een ellenlange print-out voor de rekening. Die kreeg ik van zo’n mooie meid zonder vuile handen die geen enkel idee heeft van wat de monteur met de auto gedaan heeft.
“Negenhonderd hoeveel!! God zal me stompen, dan kan je net zo goed duizend zeggen toch, mooie dame!”
Maar het is goed. Er was een jaar dat Betsy hier was dat er alleen maar benzine en olie in hoefde om haar te laten rijden. Echt alleen maar benzine en olie. Dat was in 1999 geloof ik, alleen maar olie en benzine en verder kostte Betsy dat jaar nog geen dubbeltje. Onvoorstelbaar!
“Regelmatig olie vervangen,” zei vader altijd, “heel belangrijk.”
“Kom eens,” had hij op een dag op een samenzweerderige toon tegen me gezegd terwijl hij met een hoofdbeweging naar de garage wees waar Betsy keurig in de was gezet en opgepoetst stond te wachten. “Ik wil je iets laten zien.”
We gingen er heen en liepen de garage in en hij opende de motorkap en keek me daarna glimlachend aan met een glinstering in zijn ogen terwijl hij zocht naar een reactie op mijn gezicht toen hij de motor liet zien, schoon als babybilletjes en snorrend als een kat. Je kon bijna niet merken dat hij draaide.